Gepost op

Nieuw paviljoen: Bremerbaai, Nunspeet

Na een lange carriere aan de Noordzeekust keerde Dick Boshuizen terug naar zijn oude stek in Nunspeet. Maar het paviljoenbloed kruipt waar het niet gaan kan: binnen de kortste keren werd hij toch benaderd voor het runnen van een paviljoen. Maar dan aan het zoete water. “Ik kon het niet weigeren.”

IMG_0846Dick Boshuizen runde ruim tien jaar lang een strandpaviljoen in Zeeland. Maar het leven in het binnenland liet hem nooit helemaal los. Zijn sociale banden in Nunspeet gaven de doorslag. Hij liet het strand achter zich en vestigde zich weer in de Gelderse plaats. Maar zoals dat gaat met ondernemers, dienden zich vanzelf weer kansen aan. “In september 2015 werd ik benaderd door een camping of ik geen interesse had om een paviljoen aan het Veluwemeer te exploiteren. Net aan de andere kant van het water in Flevoland Ik zag de plek en ik was direct verkocht. Het ondernemersbloed stroomt me door de aderen en als je dan zo’n kans krijgt, kun je geen nee zeggen.”

Open keuken
Een voor- en een nadeel: het pand werd casco opgeleverd. Dat betekent dat alles er nog in moet worden geplaatst, maar het biedt ook de kans om het zo in te richten dat het helemaal naar eigen inzicht kan worden gerund. “Ik heb veel in keukens gewerkt, dus ik wist precies hoe ik dat wilde hebben wat routing en indeling betreft. Dat werkt heel lekker. En uiteraard wilde ik een prachtige open keuken, zodat de koks meekrijgen wat er speelt in de zaak en de gasten kunnen zien hoe wij te werk gaan.” Voor de inrichting wilde Boshuizen ook goed uitpakken. “Ik heb stoelen en tafels uit Italië laten komen van perfecte kwaliteit. Zoals tafels met een massief eikenhouten blad. We hebben een groot terras dat volledig van hout is en in de toekomst wil ik ook bedjes gaan verhuren als het strand eenmaal volledig is aangelegd.”

Lunchcultuur
De omgeving had eigenlijk te weinig recreatiemogelijkheden. Vandaar dat dit nieuwe paviljoen direct al wordt gevonden door enorm veel gasten. “Het loop al heel goed terwijl we nog niet veel aan naamsbekendheid hebben gedaan. We hebben een groot paviljoen, dus mikken we met onze kaart op een breed publiek. Van de bekende schnitzel tot een heel mooie surf and turf. We maken hier alles zelf vers en alle gerechten zijn de hele dag door verkrijgbaar. Dat vind ik een service die er echt bij hoort. En het doet ook iets met onze gasten. Nederland staat niet echt bekend om de lunchcultuur bijvoorbeeld, maar hier komen de gasten ’s middags echt uitgebreid zitten en nemen ze er een goed glas wijn bij. Dat we dat blijkbaar met de gasten doen, ze even laten genieten op een onverwacht moment, vind ik erg bijzonder.”

Duitse gasten
Behalve de gasten uit de buurt, komen er ook bijzonder veel Duitse gasten naar Bremerbaai. “Zeventig procent van de gasten op de camping achter het paviljoen is Duits. Die komen hier ook heel graag. Vandaar dat we oude jenever in huis hebben en veel met Duitse kwaliteitsbieren werken. Dat laatste vinden de Nederlandse gasten trouwens ook geweldig!”